Essay over authenticiteit en zelfbewustzijn ahv enkele bekende films (uit: ‘Denkbeelden’, ed. d’Hoine, Engelen, uitg. Pelckmans)

Wanneer ben ik mezelf? Over zelfbewustzijn, authenticiteit en existentiefilosofie

Play it again, Sam (Herbert Ross, 1972)

Dichte mist. Een vlieghaven. Op de voorgrond Rick (Humphrey Bogart) en Ilsa (Ingrid Bergman), de handen in elkaar. Op de achtergrond een zilveren transportvliegtuig, klaar voor vertrek. Ilsa klampt zich vast aan Rick: waarom toch wil hij dat ze met haar man Victor meegaat? Rick heeft er al voor gezorgd dat hij kan vluchten, is dat niet voldoende? Waarom moet ze hem voor de tweede keer verlaten?

Humphrey Bogart (Rick): “We both know you belong with Victor. You’re part of his work. If that plane leaves and you don’t, you’ll regret it. Maybe not today or tomorrow, but soon – and for the rest of your life.”

Ingrid Bergman (Ilsa): “But what about us?”

Bogart: “We’ll always have Paris. We didn’t have, we’d lost it, until you came to Casablanca. We got it back last night.”

Bergman: “And I said I would never leave you.”

Bogart: “And you never will. I’m no good at being noble, but the problems of three people don’t amount to a hill of beans in this crazy world. Someday you’ll understand that.”

De camera zuigt zich los van het witte doek waarop de klassieker Casablanca (Michael Curtiz, 1942) wordt geprojecteerd en keert zich naar de cinemazaal. In een van de zetels zit de tot het uiterste geroerde Allan Felix (Woody Allen). Als een waas van tranen schuift de verheffende scene met held Bogart over de glazen van zijn neurotenbrilletje. Wanneer de zaallichten aanknipperen, zien we hoe Allan met tegenzin terug in zijn eigen leven glijdt. Luidop denkend tsjokt hij de zaal uit: “Who am I kidding? I’m not like that. I never was, I never will. (…) I’m so depressed.” Stiekem volgen we hem naar zijn appartement en vernemen daar via zijn mededeelzame gedachten waarom hij zo depressed is: zijn vrouw Nancy (Susan Anspach) heeft hem laten zitten. Het leven met hem was doodsaai. “I couldn’t believe what she said when she left. ‘I want a new life. I want to go skiing, go dancing, go to the beach, ride through Europe on a motorcycle.’” Terwijl hij alleen maar als een moderne Don Quichot naar films zit te kijken – toeschouwer van een leven dat hij aan zich laat voorbijflitsen. “Movies. That’s his whole life, he’s a watcher.”

‘s Avonds, wegdromend achter zijn bureau, veruitwendigt Allan zijn zelfbeklag in een therapeutisch gesprek met voorbeeld Bogart (Jerry Lacy), die met trenchcoat, hoed en sigaret recht uit Casablanca is gestapt om Allan te coachen.

Allan: “What’s the matter with me? Why can’t I be cool? What’s the secret?”

Bogart: “There’s no secret, kid. Dames are simple. I never met one that didn’t understand a slap in the mouth, or a slug from a .45.”

Allan: “Yeah, cos you’re Bogart. I never could hit Nancy. It’s not that type of relationship.”

Bogart: “Relationship… Where did you learn that word – the shrink?”

Allan: “I’m not like you. In Casablanca, when you lost Ingrid, weren’t you crushed?”

Bogart: “Nothing a little bourbon and soda wouldn’t fix.”

Allan: “I can’t drink. My body won’t tolerate alcohol.”

Bogart: “Take my advice and forget all this fancy relationship stuff. The world is full of dames. All you got to do is whistle.”

De gedachte aan een world full of dames beheerst spoedig Allans leven, dames die er net zo uitzien als op het witte doek: goddelijk snoetje, blonde haren, dikke borsten… “And a good behind. Something I can sink my teeth into.” Toch geeft hij het nog niet bij voorbaat op, want zijn beste vriend Dick (Tony Roberts) en diens vrouw Linda (Diane Keaton) hebben besloten hem te helpen: ze nemen hem regelmatig mee uit eten, waarbij ze ook telkens een bevriende dame meevragen. Allan weet het echter altijd grondig te verknallen. Stuntelig zet hij iedere avond een overacted, hypergesofisticeerde en duidelijk neurotische Bogart neer. In zijn drang cool over te komen toont hij zijn gebrek aan coolness. Hij wil Bogart zijn, net daarom is hij het niet. Als zijn vrienden hem met zijn kersverse date komen ophalen, heeft hij uren lopen piekeren over de vraag welke plaat hij toevallig op de bar zal laten slingeren: Oscar Peterson of Bartok String Quartet no.5? Wanneer zijn dame vraagt wat hij zoal doet, antwoordt hij op een geforceerd down to earth-toontje: “I’m a writer. Nothing much. Articles, essays, criticisms.”

Wat voor de dames een afknapper is – Allans uitsloverige stunteligheid –, vindt Linda juist onweerstaanbaar. Ze ziet in Allan de spontane, gezellige en gevoelige family man die ze in haar drukbezette echtgenoot Dick moet missen. Dick is de vleesgeworden karikatuur van de Amerikaanse yuppie-tarzan. Van telefoonliaan naar telefoonliaan slingert hij de stadse jungle door, en zelfs wanneer hij geland is in het echtelijke bed blijft hij tussen de amoureuze stopwoordjes door per telefoon zijn deals sluiten. Hij is Bogart in business-suit. Cool, licht cynisch, enkel vaag betrokken, en vooral onwankelbaar. Zijn analyse van Allans probleem: “You invested your emotions in a losing stock. It was wiped out. What do you do? You reinvest in a more stable stock. Something with long-term growth possibilities.” Terwijl hij als keyplayer de roulette der stock markets draaiende houdt, schuimt Linda met Allan de plaatselijke musea af, op zoek naar vrouwelijk schoon. Ondertussen bezwijkt ze meer en meer voor Allans ontwapenende schlemieligheid.

Wat Allan bij de knappe, rondborstige vamps niet kan, kan hij bij Linda wel, namelijk: zichzelf zijn. “There’s no pressure with Linda, I’m not trying to make her.” Verslingerd als ze beiden zijn aan anti-depressiva, zelfhulpgroepen en de hele psychiatrische rimram vormen ze spiegels van elkaar. Allan voelt zich klein tegenover het Bogart-ikoon, Linda tegenover het vrouwelijke pendant ervan, de zelfverzekerde femme fatale die er geen graten in ziet haar sexappeal uit te spelen, ook al moet ze daarvoor veranderen in een pop of een ordinair lustobject. “I have such an inferiority complex,” bekent ze. En op een onbewaakt moment laat het brave huisvrouwtje zich het volgende ontvallen: “If anybody tried to rape me, I’d just pretend to go along with it, and then grab a heavy object and let him have it. That is unless I was enjoying it.” En wanneer Allan opmerkt dat ze geen schrik moet hebben want dat ze toch nooit zal worden verkracht, verzucht ze: “Not with my luck.”

Geïntimideerd door de volheid van de mannelijke en vrouwelijke Bogarts om hen heen ervaren Linda en Allan zichzelf als leeg en gespleten. Ze zijn niet authentiek, ze doen maar alsof. Met open mond turen ze beiden verdwaasd naar de grote wereld, toertjes draaiend met hun ruggen naar elkaar toe. Het is slechts wachten op het moment dat ze allebei een stap achteruit zetten en tegen elkaar botsen…

Het existentialisme of het geloof in de twijfel

Met het existentialisme zet de filosofie zich af tegen een belangrijke denktrant uit haar verleden, het zogenaamde essentialistische denken. De essentialist gelooft dat er een ware kern van onze identiteit bestaat. Deze essentie zou besloten liggen in onze ziel en zou al vastliggen voor onze geboorte. Een authentiek leven leiden betekent voor de essentialist de ingeschreven essentie in onszelf onderkennen en ons leven ermee in overeenstemming brengen: op die manier kunnen we met onszelf samenvallen. Het is precies hiertegen dat een existentialist als Jean-Paul Sartre (1905-1980) protest aantekent: er bestaat voor Sartre niet zoiets als een vooraf gegeven essentie waarmee iemands existentie zou kunnen overeenstemmen. Volgens Sartre is de mens zichzelf een vraag; in plaats van het antwoord bij aanvang al te kennen, blijft de mens tijdens zijn leven voortdurend naar dat antwoord zoeken. Een definitief antwoord zal hij overigens niet kunnen vinden – tenzij hij zichzelf bedriegt en op een inauthentieke manier in het leven gaat staan. De mens treft zichzelf immer in medias res aan, en nooit als afgerond geheel. Existentie prevaleert op essentie: het bestaan laat zich niet capteren in definities.

VOOR HET VERVOLG: zie Ik, Mezelf en Wij.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Filosofie, Publicaties en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Essay over authenticiteit en zelfbewustzijn ahv enkele bekende films (uit: ‘Denkbeelden’, ed. d’Hoine, Engelen, uitg. Pelckmans)

  1. hey there men, when i finially established the way to get my
    personal ex girlfriend or boyfriend back… severely feel
    the most happy gentleman on this planet. have a look if you want advice.

    http://www.squidoo.com/fixing-a-relationship-with-your-ex.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s