Hup. 10

‘Of je nu over Newfoundland vliegt of bij het vallen van de nacht over het van Boston tot Philadelphia reikende gewemel van lichtjes, over de als paarlemoer schitterende woestijnen van Arabië, over het Ruhrgebied of de omgeving van Frankfurt, het is altijd alsof er geen mensen zijn, alsof alleen datgene er is wat zij geschapen hebben en waarin ze zich verbergen. Je ziet hun woonplaatsen en de wegen die hen verbinden, je ziet de rook die opstijgt uit hun behuizingen en hun produktieplaatsen, je ziet de voertuigen waarin ze zitten, maar de mensen zelf zie je niet. En toch zijn ze overal aanwezig op het aangezicht van de aarde, breiden ze zich ieder verder uit, bewegen ze zich door de raten van hoog oprijzende torens en zitten ze in toenemende mate gevangen in netwerken zo gecompliceerd dat het ieders voorstellingsvermogen ver te boven gaat, hetzij zoals vroeger tussen duizenden kabels en lieren in de diamantmijnen van Zuid-Afrika, hetzij zoals tegenwoordig in de zonder ophouden rond de aardbol golvende informatiestroom in de kantoorhallen van beurzen en nieuwsagentschappen. Als we onszelf vanuit een dergelijke hoogte bekijken, is het verschrikkelijk hoe weinig we weten van onszelf, van ons doel en ons einde, dacht ik toen we de kust achter ons lieten en aan de vlucht over de drilgroene zee begonnen.’ (‘De ringen van Saturnus’, W. G. Sebald)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Hupomnēmata. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s