De heilige graal

Ik heb zin om een verhaal te vertellen. Echt gebeurd… echt gebeurd… echt gebeurd…

Ik fietste die dag in de Aude, niet ver van de Ariège. Ik had er al een mooie halve dag op zitten, toen ik aankwam in een klein dorpje, Espezel, waar zich twee mogelijkheden aanboden: ofwel zou ik de baan blijven volgen en doorrijden tot in een stadje waarvan de naam me nu even wil ontsnappen, ofwel zou ik rechts afdraaien en naar Montségur klimmen – het legendarische Katharenkasteel. Ik ben niet goed in het maken van keuzes… ik stel ze meestal uit. Maar goed, er moest nu eenmaal worden gefietst, en het enige dat je dan kan doen is informatie inwinnen. Vragen aan de locals welke route zij zouden aanraden, etc… En dus reed ik op een gegeven moment het erf op van een afgelegen huis… Ik zeg huis, maar het leek eerder op een vervallen garage met enkele aanbouwtjes ernaast… Ik zag er echter beweging en stapte dus van mijn fiets en liep het erf op. Enkele tientallen meters verder zag ik een labrador aan een paal hangen, en twee meisjes van een jaar of zestien, die met enige bezorgdheid naar het dier keken… Ik lachte naar ze en stak mijn hand op, maar ze reageerden nauwelijks, ze schreeuwden enkel in de richting van de garage, naar hun moeder, nam ik aan… Dat bleek een dikke, oude vrouw te zijn, die spoedig uit de garage kwam gewaggeld… Ik vroeg haar eerst naar water – iets wat ik intussen wel had geleerd: als je de kans krijgt, vraag dan altijd naar water, je drankbussen moeten altijd zo vol mogelijk zitten… Ze gebood een van haar dochters mijn bussen te vullen, en dacht daarna na over mijn vraag… Maar in plaats van antwoord te geven, vroeg ze me of ik graag wilde kennismaken met de grootste schat van de Pyreneeën… Ik begon wat te lachen en gaf aan dat ik in de eerste plaats geïnteresseerd was in de schatten der natuur… ‘Goed,’ zei ze, ‘dan ben je op het juiste adres. Ik ga je iets unieks laten zien. Daar,’ – en ze wees op een aftands tuinhok – ‘daar binnen vind je de grootste verzameling oude Pyreneeëngesteenten en mineralen die er op deze planeet bestaat… Mijn naam is Genevieve Cartier en er zijn hier wereldberoemde paleontologen, professoren en zelfs astronauten over de vloer geweest… Vraag hen naar mij, en ja, ze zullen me allemaal kennen, nogmaals, ik ben Genevieve Cartier, maar jij mag gerust Genevieve zeggen, hoor, ik vind je een lieve jongen… Welkom! Zelf,’ ging ze verder, ‘heb ik niet gestudeerd. Ik heb dat ook niet nodig. Ik heb er gewoon een neus voor, ik en mijn man zaliger… Ik wandel hier rond en vind de vreemdste dingen… Ik voel het gewoon,’ zei ze, ‘ik zie een steen en het is alsof die stenen met mij communiceren, ze willen gewoon dat ik ze opraap… Later komt er dan zo’n professor langs en die valt steil achterover, want dat blijkt dan een van de zeldzaamste stenen ooit te zijn… Ooit een versteende dinosaurussendrol gezien? Nee? Wel, kom, volg me, ik geef je een rondleiding. Ik ga je laten kennismaken met de mooiste fossielen, meteorieten ooit… en ja, ook met die drol…’

In het tuinhok was erg weinig licht. Het hok stond volgestouwd met uitstalkastjes. Waar ik ook keek, niets dan stenen, in alle kleuren, fonkelingen en formaten. Ik moet bekennen dat ik nooit wat heb gehad met gesteentes en mineralen, ik ken er gewoon niets van… Maar toen Geneviève me de zoveelste meteoriet in handen drukte, me diep in de ogen keek en me bezweerde dat ik nu een steen in handen hield van minstens 70 miljoen jaar oud, afkomstig van een of andere passerende komeet of een uit zijn baan geraakte asteroïde, kreeg ik toch wel een brok in de keel. Ook de versteende dinosaurussendrol mocht ik even vasthouden. Ze begon me vol vuur te vertellen over een mastodontische fossiel die ze had gevonden samen met haar man – de steen was van de berg gerold, tot vlak voor de wielen van hun wagen, ‘ja, de steen wilde gewoon gevonden worden, begrijp je?!’ – toen een van haar dochters het hok instormde… Het meisje was volledig overstuur. Ze zag me nauwelijks staan en riep in tranen tegen haar moeder uit dat de hond zomaar in het volle zonlicht was overleden…

Ik zal dat moment nooit vergeten. Genevieve had me terloops al gemeld dat haar negenjarige hond onlangs een beroerte had gekregen. Dat hij normaal alleen nog maar binnen bleef, maar dat hij die dag vreemd genoeg was ontsnapt naar buiten… Ze had het gevoel gehad dat er iets niet in de haak was, en had hem daarom maar buiten gelaten, maar had hem wel aan de ketting laten hangen…

Er verschenen onmiddellijk tranen in Genevieves ogen… Ze stamelde wat over de hond, dat het al die jaren zo’n trouw beest was geweest, dat ie altijd samen met hen op jacht was gegaan en dat ze nog nooit zo’n ‘menselijk beest’ had gekend… ‘Hij kon zo mooi lachen…’ ‘Sorry,’ zei ze, toen ze haar tranen niet langer kon bedwingen…. Ik omhelsde haar en zei haar dat ze naar haar hond moest toegaan – vanuit mijn ooghoek had ik gezien dat het dier nog niet helemaal dood was, maar nog wat lag te stuiptrekken (ik had zelf tranen in mijn ogen, ik voelde hoeveel pijn het Genevieve en haar dochters deed). ‘Ga,’ zei ik, ‘je hond heeft je nodig.’ Ze bleef zich maar excuseren… En ik dacht in mezelf: waarvoor? Voor die fuckin’ stenen die me eigenlijk geen zier interesseren? Kom, ga nou gewoon naar je hond, het dier heeft je nodig… Maar ze kon het gewoon niet… Ik was uit vriendelijkheid meegegaan naar dat tuinhok van haar, en ook wel een tikkeltje uit interesse, maar uiteindelijk, wat konden mij die stenen schelen? Maar ik was haar gast, en ik was haar hoogstpersoonlijke tuin van eden binnengestapt… en zelfs die hond van haar, waar ze zielsveel van hield, kon haar niet van haar gidsfunctie losrukken… Ik stond aan de grond genageld… ‘Ga!’ bleef ik almaar vergeefs herhalen: ‘Ga, je hond…’ Maar ze bleef enkel maar in het wilde weg murmelen over die en die steen, terwijl ze intussen haar hond bleef prijzen… ‘zo’n braaf beest’, ‘nooit iemand kwaad gedaan…’. Ook begon ik lucht te krijgen van een verdoken familiedrama: ‘Ach ja,het is natuurlijk altijd mama’s fout, hé… ja, weet je, ik kan nooit iets goed doen, begrijp je? Zie je dat nou? Zie je dat? Nou, het is het braafste beest dat ik ooit heb gekend…’ Ik kon mezelf niet meer inhouden en begon ook tranen met tuiten te huilen, terwijl ik de zoveelste meteoriet in mijn handen hield… 80 Miljoen jaar versteende geschiedenis in mijn handen, en voor mijn ogen speelde zich dit familiedrama af, al dit nog magmatische leed… En met tranen in mijn ogen beval ik Genevieve om alsjeblieft nu, en wel nu meteen!, naar die hond van haar toe te gaan: ‘je zal er later spijt van krijgen als je het niet doet,’ zei ik haar… En toen, eindelijk, verliet ze me, en liet me alleen met die miljoenen jaren oude versteende onverschilligheid om me heen… Ja, ik geloof dat ik zelden zo hard heb gehuild als toen….

Vijf minuten later echter was ze al terug…. Of ik haar ‘gouden boek’ wilde tekenen. ‘Gouden boek?’ Ja, en tussen haar tranen door begon ze me uit de doeken te doen welke bekende personen er haar gastenboek eerder hadden getekend… Met mijn tanden op elkaar geknarst heb ik enkele lieve regels in haar ‘gouden boek’ geschreven. Daarna heb ik haar omhelsd en na haar te hebben bedankt voor de fantastische rondleiding en voor het water, ben ik naar Montségur gefietst, waar de vermeende grootste schat van de Katharen nog ergens verscholen moet liggen… Ja, volgens sommigen zou de Heilige Graal er ergens begraven liggen – dé ‘grootste schat van de Pyreneeën’.

Je zou willen dat ik het allemaal verzonnen had, maar dat is niet zo…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s