Zomaar een dag (ergens begin 2017) – iets tussen een dagboekfragment en een brief

Terwijl ik deze ochtend thee zette, zag ik vanuit het raam op de hoek van de straat een klein meisje op haar fietsje zitten. Ze tuurde aandachtig om zich heen en leek op iemand te wachten. Ze had een kapje op, dus het was moeilijk haar te herkennen. Maar toen er in de straat een tweede meisje verscheen, iets groter en met donker, striemend haar, twijfelde ik niet langer. Ik opende het raam en wuifde naar mijn twee lieve buurmeisjes. Ze fietsten tot onder mijn raam, waar ik hen feliciteerde met hun recent verworven fietsskills — nog maar enkele maanden geleden had ik de jongste voortgeduwd met een stok aan haar zadeltje bevestigd. ‘En zo snel al!’ complimenteerde ik hen. Maar dat was buiten de bijdehandse Zoë gerekend. ‘Nee Greg, wij gaan niet snel. Snel kunnen we al. Dat is gemakkelijk. Nu oefenen we traag. Traag is veel moeilijker.’

Ik las de hele ochtend in het boek waarin ik gisteren begon, Huis in zee van Esther Freud (dochter van de schilder Lucien Freud en achterkleindochter van die andere Freud). Van het boek gaat een hypnotiserende en meditatieve kracht uit. Eerlijk en bezwerend in al zijn eenvoud. En het boek openslaan is op zich al een beetje op vakantie gaan: het speelt in een idyllisch Oostengels kustdorp, waar ik me wat graag enkele weken zou terugtrekken om er in alle rust te werken — of moet ik zeggen: me voor te bereiden op werk? De roman beschrijft ondermeer de worstelingen van een in zichzelf gekeerde, dove amateurschilder. De enige persoon van betekenis in zijn leven, zijn zuster, is net overleden, en om hem te helpen bij het rouwproces, geeft een vriendin van de familie hem de opdracht een schilderij te maken van haar huis in het betreffende kustdorp. Tot haar verbazing echter gaat de schilder iets gedegener te werk dan verwacht. Weken-, en vervolgens maandenlang, zwerft hij door het dorp en maakt honderden studies van zowat alles, behalve dat wat hij geacht wordt te schilderen: affiches, andere huizen, zeezichten, zwerfkatten op het dorpsplein… dit alles ter voorbereiding op het échte werk natuurlijk, dat in zijn geest almaar blijft groeien…
Al maandenlang denk ik na over het boek dat ik graag zou willen schrijven, iets over mijn fietstochten. Telkens ik me eraan zet, voel ik me als die dove schilder, steeds wijdere cirkels trekkend omheen een brandend middelpunt… Benieuwd hoe het zal aflopen met die arme schilder: het kan nog goed komen met hem… 🙂 Overigens ben ik me er zeer goed van bewust dat het halve genot — en misschien nog wel meer — in de voorbereiding schuilt. En ook dat het uiteindelijk allemaal ontzettend onbelangrijk is…

Ik sliep slecht vannacht en mijn gedachten vormen een zuigend moeras, waarin amper vooruit te komen valt… Dus besluit ik maar naar het zwembad te gaan. Daarna maak ik een wandeling doorheen de wijk waarin mijn vader opgroeide — ‘den Dam’, aan de slachthuissite. Mijn grootouders hadden er een kruidenierszaak, waar ik als kind tijdens de vakanties tamelijk veel tijd doorbracht. De zaak, zie ik, is nu een Carrefour Express-filiaal. In mijn vaders jeugd moet het een florissante buurt zijn geweest. Maar reeds als kleine jongen zag ik dat er verandering op til was — alsof de schaduwen er steeds langer werden. Je zou willen dat het tij dezer dagen opnieuw aan het keren was. Maar ondanks de geplande heropwaardering van de buurt door de komst van het Park Spoor Noord, en de instroom van een handvol kunstenaars in het kielzog daarvan, herken ik ook vandaag nog moeiteloos dezelfde loden tristesse, die toen, samen met de intrede van mijn puberteit, de buurt in haar greep begon te krijgen.
Ik wandel naar het Damplein aan het voormalige Dam-treinstation. Even overweeg ik een van de twee hippe cafés binnen te stappen, Bar Barrio of Bar Zeppelin (waarvan de binnenmuren op sommige plaatsen zijn gestript tot wat moet doorgaan voor ruwbouw — op zich best geslaagd en gezellig, maar ook een beetje lachwekkend, zoals een nieuwe jeans met fabrieksscheuren in…). In plaats daarvan kies voor ik het café ernaast, café Den Dammer.
Doorheen de boxen heten Leyers-Michiel-en-Soulsister (ik weiger op te zoeken hoe je dat precies schrijft) me welkom. De deur veert nog drie keer open. Pas bij de vierde tegenduw blijft ze in het slot hangen, en ik verwacht daar een of ander cynisch commentaar over van het aanwezige cliëntieel, maar het blijft opmerkelijk stil. De vier tooggasten kijken niet eens op — ik ben een vlieg.
Terwijl ik me aan het raampje voorin zet, ontvouwt er zich aan de toog toch enige actie: een man met een wit trainingsvestje, een baseball-petje, en een blik die vooral gericht is op het puntje van zijn neus, klimt van zijn kruk, wankelt in mijn richting en laat de biljartballen uit de buik van de snookertafel pal voor mijn tafeltje tevoorschijn denderen.
‘Wa d’ist? Ga d’azelf aftroeve, loserke van main voete?! Tege aw eige kunde wel winne, hé??’
Een vrouwspersoon van onbestemde leeftijd, met haren en een broek van eveneens onbestemde kleur, klautert van haar krukje af en betreedt de snookerarena. Ik ben geen kenner, maar het begint me tamelijk snel te dagen dat de vrouw in kwestie geen gewassen snookerkampioene is. Telkens de man, die door de vrouw afwisselend wordt aangesproken met ‘snotaap’, ‘broekventje’ en ‘Dave’, haar probeert uit te leggen hoe dat nu precies zit met die of die regel, en dat je niet altijd in eender welk gat mag spelen, en zeker niet met de zwarte bal, vaart ze in niet al te liefdevolle bewoordingen tegen hem uit, à la: ‘Fuckin’ Dave, gij kunt zo fuckin’ hard niet tegen aw verlies! Wete wa? Gij behandelt mij hier gewoon als ’t eerste ’t beste fuckin’ wijf… Maar zoe nie, he gast… Fuckin’ klootzak! Er zijn hier zes gaten en ik speel dien bal waar da kik dat wil, hedde da goe verstaan?!’
Het was me al opgevallen dat Dave die scheldtirades in alle gelatenheid over zich heen liet gaan. Nu en dan probeerde hij er wel beduusd iets tegenin te brengen, maar op een toon die aangaf dat hij zich al bij voorbaat had neergelegd bij zijn verlies: ‘Sorry he, maar da ’s ’t spelleke… Da hem ekik niet uitgevonden… Sorry he…’
Maar nu hoor ik het vrouwspersoon plots zeggen: ‘Gij zijt de naam zoon niet waardig, gij stuk…’
Ik sta perplex: ik kijk naar een tafereel tussen moeder en zoon — snooker-Pièta…
Terwijl ik wacht op mijn currysoepje, dat ik zonet heb besteld, hoor ik door de boxen een radio-omroepster tussen de nummers door dingen zeggen als: ‘Wat is dat toch met vrouwelijke drumsters, hé? Vanwaar blijven ze al dat sex-appeal halen?’ Of: ‘Heren, weten jullie nog welke kleren jullie lief droeg toen jullie haar voor het eerst zagen? Oei, wat is het plots stil! Haha, neem liever een voorbeeld aan de zanger van Lady in red, die is dat niet vergeten, hoor…’
Als mijn currysoepje eindelijk arriveert, met een oudbakken toastje erbij, denk ik met weinig nostalgie terug aan de vele voetbalcompetitiewedstrijden waaraan ik als kleine jongen wekelijks deelnam, voor enkele uren omringd door mensen van wie ik de jaren erna exponentieel snel zou vervreemden… Na iedere wedstrijd, vooral in de winter, bestelde ik steevast currysoep — indian curry, als het even kon… Maar het scenario voor mijn ogen doet me vooral terugdenken aan iets anders, de manier waarop een van mijn teamgenootjes iedere week te kakken werd gezet door zijn eigen vader… Iedere week opnieuw werd dat arme joch van acht negen jaar, Danny was zijn naam (ja, ook dat nog eens), van aan de zijlijn tot op het bot vernederd… Als Danny nog leeft, en hij zich nog niet van een brug of voor een trein heeft geworpen, dan zou die jongen (‘met die wijven x-benen!!!! Kom joeng, stopt er mee!! Ga bananen plukken!!’) een medaille moeten opgespeld krijgen… Wie zo’n jeugd overleeft is in mijn ogen een échte held!
Intussen hadden moeder- en zoonlief de snookerstrijd gestaakt — al was het niet geheel duidelijk wie er had gewonnen (als je daar in dit geval al van kan spreken, winst). Om aan de toog lustig een andere strijd voort te zetten. Blijkbaar had Dave als achtjarige ooit klappen gekregen van een leraar en had moederlief dat aangeklaagd bij de politie. Maar nu heerste er onverdeeldheid over de vraag of die klappenuitdeler wel echt een leraar, of louter iemand van de nabewaking was geweest. Ik zat vijftien meter van hen vandaan. Toch kon ik zonder moeite moederlief horen tekeergaan: ‘Ge waart acht jaar, en zwijgt na is, gast!! Dave, zeikt niet zo! Of ik geef a sewwes oek zoene toek op aw bakkes gelijk die gast van de nabewaking… De nabewaking, ik seg het! Ik zal wel weten wat ik toen heb aangegeven, he gast! Och joeng, ik reed toen met die Citroën, nie die geit, onnoezeleer…’
Toen er een venter binnenkwam om stickers te verkopen ten voordele van mensen met een beperking, werd hem van aan de toog meteen duidelijk gemaakt dat hij in dit café beter niet al te hoge verwachtingen koesterde omtrent opbrengsten voor zijn stickerverkoop: ‘Houde awen boecht bij, gast. Nie geïnteresseerd – saluuuu!’
Toen ze me bij het raam notities zag maken, riep ze: ‘He joenge! Gij werkt toch niet voor d’ overhaid, he? De control?’ waarbij ze een sigaret in de lucht stak, die ze al half had opgerookt.
Toen ik het café even later verliet, stond ze gek genoeg buiten een nieuwe sigaret te roken. En plots klonk ze heel anders, en zelfs verdrietig, waarbij ze opnieuw het woord tot me richtte: ‘Meneer, sorry da gaj getuige moest zijn van een moeder die haar hart eens moest luchte… Da is allemaal goe bedoeld, zene… Ik zie kik die jonge gère… Ge moet er alleen wat achterzitten, snapte…? Anders verstoat die jonge da nie…’

Ik schrijf dit alles in een ander café, om de hoek van Den Dammer… De enige twee andere klanten al die tijd zitten twee tafeltjes verder. In een van de twee herken ik Kid Safari, die een vrouw helpt bij het oefenen van haar Nederlands. Nu en dan hoor ik hem dingen zeggen als: ‘Chronologiseren… dingen in een chronologische volgorde plaatsen… begrijp je?’
Net wanneer ik op het eind van mijn tekstje ben gekomen, nu dus… Wie komt er binnengewaggeld? Een dame van onbestemde leeftijd, met een dito kleur van broek en haar… Haar zoon is er niet bij dit keer 🙂

Time to go…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s