Derde Tournée-Minérale tekstje

https://www.tourneeminerale.be/nl/nieuws/Greg-Houwer-3

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Austerlitz en de slag tegen de valse vrienden

Ik merkte hem meteen op toen ik het café binnenkwam — alleen in een donker hoekje, niet ver van de toiletten. Had hij een schaaltje met kleingeld voor zich liggen, je had zo geloofd dat hij het management van het sanitair op zich nam. Een man die in een andere tijdsorde leefde dan de echte cafébezoekers, wij. Hij las geen boek, geen krant, tikte niet op een smartphone of tablet. Hij zat daar enkel. Alsof hij wachtte op iets waarvan hij heel goed wist dat het niet komen zou. Even haakten onze blikken in elkaar, maar misschien had ik me dat ingebeeld. Toen ik hem opnieuw aankeek, was zijn blik me alleszins niet gevolgd. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

https://www.tourneeminerale.be/nl/nieuws/GregHouwer-blog2

Smalltalk

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Eerste blogtekst voor TM (Tournée Minérale)

VIND DE TEKST OOK OP DE TM-website

Een maand lang geen alcohol drinken — het klinkt als een fluitje (geen champagne) van een cent. Je moet gewoon iets niét doen. Het kost je geen extra moeite. Je hoeft er geen peperdure toestellen of hypergespecialiseerde outfits voor in huis te halen, je hoeft er niet speciaal de baan voor op. Je moet er zelfs geen literatuur voor lezen of cursussen voor volgen. Je moet gewoon géén alcohol drinken. Hoe moeilijk kan het zijn?

Ik ga geregeld op fietsvakantie en tijdens die tochten drink ik doorgaans niet. Dat kost me geen enkele moeite. Een enkele keer drink ik wel eens wat, als ik bijvoorbeeld bij mensen te gast ben en ze me als blijk van hun gastvrijheid een glas wijn aanbieden. Om het samenzijn te vieren. Maar meestal ben ik alleen en houd ik het graag op de drank waarmee ik de dag doorkom, heerlijk koud water. Liefst nog bergwater, dat ik om de zoveel kilometer van de bergwanden in mijn drinkenbus laat gutsen. ’s Avonds voel ik me ondanks mijn fysieke vermoeidheid vaak even fris en monter als de beekjes die die dag mijn dorst lesten, kwiek en puur. Haast doorzichtig. Ik weet dat als ik alcohol bestel die scherpte van lichaam en geest zal vervlakken. Wat geen ramp zou zijn, verre van. Het is geen religie en zondigen bestaat niet. Toch houd ik het liever op water, thee of een frisdrankje.

Fluitje van een cent dus!

Edoch… Op het einde van zowat iedere tocht neem ik me voor mijn gezonde gewoonte ook thuis aan te houden. Waarom zou ik weer gaan drinken? Wat levert dat me op? Na enkele weken sport en ijskoud water zie ik dat niet meer zo helder. Ook voor de portefeuillle is water een pak gezonder. Keer op keer echter stel ik vast dat mijn voornemen thuis langzaam maar zeker… ja, verwatert en daarna definitief… verdrinkt…

Een avond om in te kaderen

‘Wat zal het zijn?’

Vriend x of y vraagt het achteloos. Er staat niets op het spel. Er is geen groepsdruk. Toch zie ik onmiddellijk af van mijn watertje en ga resoluut voor Orval of een van de betere Trippels. Mocht ik het gevoel hebben dat mijn vriend me dat op een of andere manier probeerde op te dringen, zou ik het meteen bij water houden. Maar mijn vriend dringt me niets op. Hij vraagt me in alle openheid wat ik wil.

Toch weet ik niet of dat juist is. Mijn vriend dringt me niets op, maar misschien de vriendschap wel. Dat gevoel heb ik toch. Het is alsof je met water (of iets anders niet-alcoholisch) voor gereserveerdheid en terughoudendheid kiest. Alsof je zegt: ja, ik ben hier nu wel, maar ik denk ook aan de dag van morgen én aan mijn gezondheid. Ik wil graag met je praten, maar ik ga heus mijn leven niet voor je opengooien. Ja, het is bijna alsof je al om ‘de laatste’ vroeg. Slechts met de bestelling van alcohol lijk je op een impliciete uitnodiging in te gaan — het appèl er een onvergetelijke avond van te maken. Een avond waarin je de beslommeringen van het dagelijkse leven opzijschuift, je niet aan de volgende dag denkt en je samen de vriendschap viert. Je persoonlijke grenzen laat vervloeien om die samen met de ander te verleggen en hertekenen.

Wat zal het zijn? Een gewone avond, of eentje om in te kaderen? Ben ik — zijn wij — belangrijk genoeg voor je om je privé-agenda even dicht te klappen, of niet? Blijf je veilig op eigen terrein, of ben je bereid samen nieuwe horizonten te verkennen?

Het appel van de vriendschap

Natuurlijk is er niets mis met een avond op café met één of meerdere goede vrienden en enkele heerlijke bieren erbij. Wel integendeel, er bestaan in mijn ogen maar weinig dingen die daar tegenop kunnen. Ik zal me zo’n fijne avond ook nooit beklagen, ook niet als ik de volgende dag met een houten kop rondloop — één (eventueel) minder productieve dag verzinkt in het niet bij een fijne ‘doorzak’avond met vrienden. Overigens, was heisst productiviteit? Wie weet tot welke grensverleggende output de ‘doorzak’avond in de toekomst nog zal inspireren?

Maar het peil stijgt snel, eenmaal de sluizen weer opengaan… Ik weet dat ik nogal gevoelig ben voor het ‘vriendschapsappel’. Ik vind het vreselijk mensen teleur te stellen — ook mezelf — en merk dat ik zelden of nooit géén alcohol bestel als men me vraagt wat ik drinken wil. Maar voor ik het besef is alcohol weer een gewoonte geworden en drink ik ook op die receptie waartegen ik opzie, of op dat feest waarvoor ik me net iets te moe voel (of juist niet), of tijdens dat optreden dat ik graag iets meer wil waarderen (of net ontzettend cool vind), of zelfs tijdens de lunch met iemand die me licht onzeker maakt (of het omgekeerde). Alcohol wordt dan een automatisme. Medisch gezien misschien niet echt een probleem. Maar niettemin: een reflex. Als van een zuigeling die naar een tutter grijpt, ook al komt er niets uit.

Daarom dat ik de komende periode erg graag de uitdaging opneem van Tournée minérale. Ik wil zien wat er gebeurt als ik een maand lang niet inga op al die echte en verbeelde vriendschapsappèls, want ja, soms, thuis, soms mis ik mijn bergbeekjes…

 

 

Terug naar overzicht

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Essay over de hoofdzonde Lust (nav het Parallax View-filmfestival rond de zeven hoofdzonden: https://parallaxviewsite.wordpress.com/)

img_0036

Zonden zijn een vorm van mateloosheid. Zonden neigen naar het excessieve en om ons daartegen te beschermen hebben we nood aan grenzen: grenzen houden ons in het goede midden. Ze zorgen ervoor dat we maat houden. Maar terzelfdertijd wekken die grenzen de verlokking in ons ze te overschrijden. In zijn boek ‘De zeven hoofdzonden’ beschrijft Fernando Savater een vrouw die tijdens het snoepen graag uitriep: ‘Jammer dat het geen zonde is.’

Wat verboden is, bekoort. Uit het stiekem overtreden van de regels putten we genot. Alles wat taboe is en met mysterie omgeven willen we onderzoeken. Die ene kamer die altijd op slot is en die we voor geen geld ter wereld mogen betreden, vinden we razend interessant — het verhaal van Blauwbaard. En de boeken en films die op een verboden lijst staanwekken meteen onze aandacht.  

Allicht gaat dit voor geen enkele andere zonde zozeer op als voor lust. De tafereeltjes die de bezoeker van erotische websites worden geserveerd bijvoorbeeld zijn altijdclichésituaties uit het dagelijkse leven — de loodgieter die langskomt voor reparatie van de wasmachine en die de vrouw des huizes alleen aantreft, of de tennisleraar en zijn kort gerokte leerlinge. Het gaat telkens om netjes afgebakende contexten: de regels zijn duidelijk en iedereen weet wat wel en wat niet hoort. Het genot die de voorgeschotelde scenes de kijker moeten opleveren schuilt precies in het feit dat men zich niet aan die onuitgesproken regels houdt.

In de film ‘Dangerous liaisons’, gebaseerd op de gelijknamige 18de eeuwse briefroman van Cholderlos de Laclos, poken twee decadente geliefden, de burggraaf de Valmont en de markiezin de Merteuil, hun lusten op door elkaar voortdurend te bestoken met nieuwtjes omtrent hun nieuwe seksuele veroveringen, waarbij ze de grens van het welvoeglijke telkens overtreden. Hoe meer sociale conventies ze met de voeten kunnen treden, hoe beter. Ze genieten ervan anderen in hun netten te strikken, zeker als die anderen oprechte gevoelens koesteren en goede bedoelingen hebben. Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

IJdelheid (een filosofisch essay)

John_William_Waterhouse_-_Echo_and_Narcissus_-_Google_Art_Project

John William Waterhouse, Echo and Narcissus

Een ijdeltuit is iemand die zichzelf geweldig graag ziet — dat is althans het beeld dat we doorgaans hebben van de ijdeltuit. Toch schuilt in deze kijk iets problematisch. Want hoe kan iemand zichzelf graag zien? Is daar geen afstand voor nodig? Als ik iemand graag zie, is dat omdat ik die persoon niet zelf ben en ik hem of haar op manieren kan zien waarop hij of zij dat zelf net níet kan. Als de ijdeltuit zichzelf graag ziet, dan wil dat zeggen dat hij zich de afstandelijke blik van de ander heeft toegeëigend.

Als we kijken naar de mythe van Narcissus, dan zien we dat ook daarin afstand een cruciale rol vervult. Narcissus is een adonis die zijn dagen graag al jagend doorbrengt in de bergen van het oude, bosrijke Griekenland. Zijn verschijning laat weinig nimfen onberoerd. Narcissus laat zich hun avances welgevallen, maar als puntje bij paaltje komt, houdt hij toch altijd de boot af. Als hij op een dag ook de verleidingskunsten van een beeldschone maagd afwijst, richt het vernederde meisje zich tot de goden met de vraag Narcissus als straf een gelijkaardige afwijzing te laten ondergaan. Haar smeekbede wordt verhoord en als de mooie jongeling zich op een dag, moe van het jagen, over het water van een kristalheldere, heilige vijver buigt om zijn dorst te lessen, ziet hij in het wateroppervlak een gezicht waarvan de schoonheid hem onmiddellijk betovert. Maar wanneer hij de gestalte probeert aan te raken of omhelzen, verdwijnt de figuur, om pas na enige tijd weer glashelder terug te keren. Vol verlangen naar deze betoverende maar ongrijpbare schoonheid blijft Narcissus boven de vijver hangen. Hij eet en drinkt niet meer en sterft uiteindelijk van zelfverwaarlozing.

De term narcisme verwijst natuurlijk naar dit verhaal. Onder een narcist of ijdeltuit verstaan we, zoals reeds gezegd, iemand die vol is van zichzelf. Maar als we naar de mythe van Narcissus kijken, moet ons iets vreemds opvallen: Narcissus mag dan in de ban van zijn spiegelbeeld zijn, cruciaal is dat hij dat zelf niet weet. Mocht hij geweten hebben dat hij alleen maar naar zichzelf keek, was hij allicht nooit vol bewondering boven het wateroppervlak blijven hangen. Toch wil dit niet zeggen dat de term narcisme niet goed gekozen zou zijn. Integendeel, de mythe van Narcissus leert ons misschien juist waarom ijdelheid zo’n veel voorkomende en bijna alledaagse zonde is. In het hart van onze identiteit, van ons zelfbewustzijn, gaapt een soortgelijke ongrijpbaarheid en zelfvervreemding die Narcissus treft — bij Narcissus wordt ze, door toedoen van de goden, enkel op de spits gedreven. Net die ongrijpbaarheid maakt dat we allemaal een klein beetje lijken op Narcissus en bijvoorbeeld met een mengeling van bevreemding en fascinatie naar pakweg een foto van onszelf kunnen kijken: we herkennen onszelf in het spiegelbeeld, maar we ervaren ons beeld tegelijkertijd als een tikkeltje vreemd — iets waar een zekere willekeur in schuilt. We hadden er ook anders kunnen uitzien. Lees verder

Geplaatst in Essays, Filosofie, Uncategorized | Een reactie plaatsen

Onderweg 1 (brief/dagboekfragment, laatste dag van mijn fietsreis doorheen Engeland en Schotland)

Ik zit in de keuken van een klassiek Georgian herenhuis in wat men de New Town van Edinburgh noemt, een upper-class, residentiële wijk waar de halvemaanvormige tuinen en woonresidenties nog steeds fier de namen dragen van hun voormalige grootlandeigenaars. Eveneens present in de keuken zijn Ewan en Bruce, een schattig, ouder homokoppel, dat druk vanalles aan het bespreken is met de klusjesman. Er zijn werken aan de gang in het huis — ‘in the interest of progress,’ stipt Ewan op zijn gentlemanlike toontje aan — en het is een leuk komen en gaan van allerlei werklui en pakketjesbezorgers, ook al is de ‘plasterer’ die deze ochtend zou arriveren tussen 07.37 (sic!) en 10.37 nog altijd niet komen opdagen, wat het koppel toch een zichtbare stress bezorgt. Nu en dan komt ook ene Timmy (of Tommy) binnengewaaid, een jongensachtige vijftiger die een kamer naast de mijne huurt en die zweert bij korte broeken en strakke polootjes (een vaste klant bij Marks & Spencer, waar ik gisteren zelf even binnensprong voor een nieuwe — lange — broek, een onderneming waarbij ik hopeloos verdwaalde en net op tijd gered werd door een lieve dame, die me kalm doch kordaat naar de uitgang loodste, een kilometerslange tocht, leek het, waarop ik geen enkel spoor van mannelijke presentie mocht gewaarworden en ik me alleen maar omgeven wist door beha’s, rokjes en parfums).
Al een uur lang zijn Ewan en Bruce afscheid van me aan het nemen, want om twaalf uur vertrek ik met mijn fiets in een kartonnen doos onder de arm naar de luchthaven en Ewan en Bruce moeten naar de ‘florist’: Bruce is verantwoordelijk voor het bloemenarrangement op het huwelijk van een van hun vrienden en er moet DRINGEND een duchtig woordje gesproken worden met de bloemleverancier. ‘Want, zie je,’ legt Bruce me uit in zijn ietwat pedante BBC-Engels: ‘Maar al te vaak overleven de bloemarrangementen op zo’n huwelijken niet eens de receptie. De gasten zitten er met hun tengels aan of, erger nog, zetten de bloemen doodleuk ergens anders. Zoiets moeten we koste wat het kost vermijden en daarom is het van het allergrootste belang de gasten te imponeren, nee, wat zeg ik: te intimideren! De bloemarrangementen moeten de hele ruimte inpalmen en domineren, ja, alles moet baden in hun geuren en kleuren. Ze moeten zo oppermachtig aanwezig zijn dat niemand het zelfs maar in zijn hoofd zal halen er aan te ruiken. Begrijp je?’ Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen